skin in the gameHoe de accountant ‘met huid en haar’ betrokken is. Maar niet bij alles.

Nassim Taleb is één van mijn favoriete schrijvers. Elk van zijn boeken kan ik ter lezing aanraden. In dit blog wil ik een aantal zaken belichten uit zijn bestseller Skin in the game[1].

Dat doe ik mede omdat ik in de rapporten van CTA en MCA las dat zij bang zijn dat de veranderingen binnen de accountancy weer zullen verdwijnen als de externe druk vermindert. Taleb heeft een verklaring en wijst ook een weg.

Het noemen van de naam Nassim Taleb roept niet onmiddellijk bij iedereen herkenning op. Best jammer eigenlijk. Het is een uit Libanon afkomstige Amerikaan. Hij heeft zijn geld verdiend op Wall Street. Momenteel schrijft hij diepgravende boeken over toeval, waarschijnlijkheid, denkfouten en kennisfilosofie. Hij analyseert scherpzinnig het economische leven en tal van levensterreinen daarnaast. Hij is scherp van geest, denkt out-of-the-box, mag graag economen en politici e.a. cynisch op de hak nemen. Wanneer je als accountant zijn boeken wilt gaan lezen, dan ben je bij dezen gewaarschuwd. Tegelijk ken ik ook verschillende accountants die zijn boeken graag lezen en zijn humor zeer kunnen waarderen. Dat geldt ook voor mijzelf alhoewel mijn beroepsgroep minder vaak voorwerp is van zijn milde of soms pittige spot.

Skin in the game.

De uitdrukking skin in the game is wat lastig te vertalen. Het is wel eenvoudig uit te leggen. Taleb gebruikt daarvoor de metafoor van de piloot. Een piloot zit tijdens zijn werk in de cockpit en bedient daar het vliegtuig en brengt zowel passagiers als zichzelf veilig van a naar b. De veiligheid wordt gewaarborgd door de vakkennis en ervaring (vlieguren) van de piloot. Daarnaast wordt de veiligheid ook gewaarborgd door de fysieke aanwezigheid van de piloot in het vliegtuig. Hij heeft letterlijk skin in the game. Gaat het mis, dan legt ook de piloot zelf het loodje. Daarom is het volgens Taleb geen goed idee om vliegtuigen vanaf de grond met een joystick te bedienen. Zo’n grondpiloot heeft geen skin in the game en dat komt de veiligheid van de passagiers niet ten goede.

Als vervelende gebeurtenissen ook jouzelf pijn doen, dan heb je skin in the game.

Als vervelende gebeurtenissen alleen anderen pijn doen, dan heb je geen skin in the game. Voor die laatste groep mensen moet je volgens Taleb uitkijken, wanneer ze van beroep bijvoorbeeld adviseur zijn. Dan hebben ze wel de lusten (ze sturen facturen voor hun advies) maar niet de lasten (ze hebben er geen last van als het advies verkeerd uitpakt). Dat is een confronterende boodschap voor een adviseur/consultant zoals ik.

Accountantsorganisatie.

De accountant heeft als individu skin in the game. Hij is vanwege het tuchtrecht persoonlijk aansprakelijk voor waar hij zijn handtekening onder zet. Als commerciële organisatie heeft de accountantsorganisatie ook skin in the game. Immers, de klant moet bediend worden, er moet een goed product worden afgeleverd. Daar is de accountant uiteraard ook intrinsiek voor gemotiveerd. Hij heeft skin in the game. De klantrelatie is belangrijk. Daar wordt het geld verdiend. Daarom is de klantrelatie volgens Limperg ook geen relatie van onafhankelijkheid, zo las ik laatst[2]. In datzelfde artikel las ik dat Limperg dat ook geen probleem vond, mits de accountant maar voldoende ‘vastheid van karakter’ heeft. In de loop der jaren is er uitgebreide wet- en regelgeving toegevoegd als norm om de accountant te helpen om in het goede spoor te blijven. Daarnaast bleek het nodig te zijn om onafhankelijk toezicht in te voeren. Dat onafhankelijk toezicht hangt samen met de rol als vertrouwensmens voor het maatschappelijk verkeer.

Immers, naast de rol als controleur ten behoeve van de ondernemingsleiding, heeft de accountant de functie van deskundige-vertrouwensmens voor en van het maatschappelijk verkeer.

Het is interessant om dat vanuit het perspectief van skin in the game te bekijken.

Waar de accountant in zijn relatie met de ondernemer skin in the game heeft, is dat bij zijn rol binnen het maatschappelijk verkeer ingewikkelder. Het is niet voor niets dat in de jaren na Limperg wet- en regelgeving is toegenomen en er onafhankelijk toezicht is ingesteld. Dat heeft ermee te maken dat zónder die regels en dat toezicht de accountant te weinig skin in the game (van het maatschappelijk verkeer) heeft. Zonder skin in the game, geen of minder intrinsieke motivatie. Allemaal ook logisch. Het maatschappelijk verkeer is niet een specifieke partij of persoon en heeft ook geen gezicht.

Commercie en maatschappelijk verkeer.

Je kunt dus stellen dat de klantrelatie tot rechtstreekse skin in the game leidt.

Daarnaast leidt extern en onafhankelijk toezicht op basis van wet- en regelgeving tot een indirecte vorm van skin in the game. De motivatie vanuit het eerste is sterk en intrinsiek. Vanuit die relatie maak je immers winst. De motivatie vanuit het tweede is zwakker, want extrinsiek. De tweede brengt kosten met zich mee. En angst voor fouten. Dus de skin in the game die dat toezicht met zich mee brengt is niet gekoppeld aan het maatschappelijk verkeer. Die is gekoppeld aan angst voor fouten en angst voor reputatieverlies.

Wanneer CTA en MCA bang zijn voor terugval wanneer het toezicht verslapt, zal dat in het door mij geschetste beeld ook werkelijkheid worden. Daarvoor is de skin in the game richting klant te sterk en de skin in the game richting maatschappelijk verkeer te zwak. Daar is de verklaring van Taleb waar ik over sprak.

Intrinsieke motivatie.

Hoe krijg je dat nu wél voor elkaar? Hoe zorg je ervoor dat het aspect vertrouwenspersoon van/voor het maatschappelijk verkeer tot een stevige intrinsieke motivatie wordt?

Taleb wijst daarin een weg. Hij illustreert dat met een verhaal over twee stoïcijnse filosofen Diogenes en Antipater. Op het eiland Rhodos is hongersnood. De graanprijzen zijn er daarom torenhoog. Op het vasteland is er inmiddels weer graan genoeg. Stel: jij komt met een schip vol graan aan op Rhodos. Je weet dat in de dagen die komen meerdere scheepsladingen graan zullen volgen. Maar dat weten de eilandbewoners niet.

Als jij die informatie niet deelt kun je een hoge prijs vragen voor je graan. Deel je die informatie wél, dan slinkt je winst enorm. Diogenes vond dat je moet onthullen wat de wet voorschrijft; niet meer. Anitpater vond dat je alles moet onthullen. Diogenes zou dus meer verdienen dan Antipater in dit voorbeeld.

Merk op dat het standpunt van Antipater onafhankelijk is van wet- en regelgeving. Zijn ethische standpunt hangt met zijn karakter en visie samen. Externe en interne motivatie vallen samen. Hij doet aan ‘practice what you preach’. Een ethisch standpunt stáát; een wet of regel ‘nodigt uit’ tot het naleven van uitsluitend de letter van de wet en niet meer dan dat, tot aan het opzoeken van de mazen en zo de regel te slim af te zijn. Dat is met een (innerlijk) ethisch standpunt niet zo. Limperg noemt dat ‘vastheid van karakter’.

Informatie asymmetrie.

In het graan-voorbeeld is sprake van informatie asymmetrie (principaal-agent probleem). Dat is ook het geval  bij een onderneming richting maatschappelijk verkeer. De onderneming kan ervoor kiezen om bepaalde informatie achter te houden. Bijvoorbeeld als men een lening van de bank wil hebben. Omdat de ervaring leert dat mensen lang niet altijd de ethische standaarden van Antipater er op nahouden, is er de accountant. Hij vervult een rol om die informatie asymmetrie op te lossen. In elk geval om die informatie asymmetrie te verminderen. Naast zijn rol als controleur voor de ondernemingsleiding heeft hij immers een functie als deskundige vertrouwensmens in en van het maatschappelijk verkeer. Het maatschappelijk verkeer vertrouwt erop dat het oordeel van de accountant over de getrouwheid van de jaarrekening houvast geeft. De accountant helpt dus het maatschappelijk verkeer om meer vertrouwen te hebben in de (informatie van de) ondernemer.

Het is een heel lastige situatie als vervolgens diezelfde accountant vanwege de klantrelatie skin in the game heeft. Het vraagt voorwaar een Antipater-houding om de rug recht te houden. Daarvoor is wet- en regelgeving relevant, maar niet genoeg. De ethische houding van Antipater is daarvoor de dragende grond; wet- en regelgeving geven daarin alleen de uiterste grenzen aan.  

Wat zaken op een rij.

  • De accountant heeft het meeste skin in the game in de klantrelatie. Naast zijn rol voor en ten behoeve van de klant heeft hij echter een belangrijke en fundamentele rol voor het maatschappelijk verkeer. Hij helpt informatie asymmetrie tegengaan. Dat vraagt om vastheid van karakter, om een rechte rug, om een professioneel kritische instelling. Dat was al het geval. Dat is te meer nodig om mee te kunnen onder het nieuwe toezicht van de AFM vanaf 1 januari 2022.
  • Om op dit terrein vooruitgang te boeken is wet- en regelgeving niet genoeg. Wel nodig als norm, niet genoeg voor permanente gedragsverandering. Ook toezichthouders zijn nodig, maar niet genoeg. Zij voegen de motivator angst toe. Effectief op een bepaalde manier. Maar niet genoeg.
  • De accountant werkt hard. Dat was al zo. Nu, in het corona-tijdperk is dat meestal nog erger. Het is zinvol en nodig om aan vastheid van karakter te werken. Omdat die spier getraind moet worden. Maar hoe maak je tijd voor het werken aan vastheid van karakter? En hoe doe je dat dan? Een dagdeel trainen rond bewustwording is daarvoor onvoldoende. Het gaat om een fundamentele bezinning op wat er gaande is gecombineerd met persoonlijke ontwikkeling op een niveau waar de accountant dat vaak nog niet systematisch en professioneel heeft gedaan. Nog steeds te technocratisch aldus het MCA in haar laatste rapport.
  • Skin in the game, de spanning tussen klant en maatschappij maakt het lastig om goed overeind te blijven. Meer van Diogenes of meer van Antipater? We hoeven geen moraalridders te worden. Maar hoe blijf je nu goed overeind en hoe blijf je acteren vanuit een goede motivatie?
  • Het geduld in Den Haag raakt wel zo’n beetje op. Daarmee is dit dus een erg belangrijk item. De beroepsgroep heeft het steeds minder in eigen hand.

Cruciaal moment.

Daarom is het nu een cruciaal moment om actie te nemen. Op een gestructureerde en systematische manier nadenken en stappen zetten samen met een aantal collega’s rond fundamentele thema’s die er spelen. Om doelgericht te werken aan karaktervorming. Niet omdat dat er nu niet zou zijn, begrijp me goed. Maar omdat op een gestructureerde manier werken aan vastheid van karakter en persoonlijke ontwikkeling net zo nodig is als bijblijven op je vakgebied. Het is als een spier die getraind moet worden. Dan stappen we op een professionele en evenwichtige manier over van een te technocratische benadering naar een adaptieve en op leren en groeien gerichte cultuur.

Dat is belangrijk op het niveau van ‘de meester’ (partners, directors) om samen met andere meesters je te bezinnen op de juiste tone at the top en je ‘gezellen’ goed voorbeeld te geven.

Dat is ook belangrijk op het niveau van ‘de gezel’ (controleleiders) om samen met andere gezellen op een gezond kritische manier je rol te nemen in het complexe krachtenveld waarin je je werk moet doen.

Masterclass.

Voor het trainen van deze spier heb ik een masterclass ontwikkeld. Dat is een training, verspreid over een aantal dagen, waar je onder deskundige begeleiding met een aantal collega’s op jouw functieniveau aan de slag gaat met deze thema’s. Geen rationeel-cognitieve training met sheets en modellen. Wel een praktische op de praktijk geënte training die vol tegemoet komt aan de dingen die er in deze tijd en in jouw wereld spelen. Een training waar op een diepgaande manier aandacht is voor datgene waar de CTA en MCA de vinger bij leggen rond gedrag en cultuur.

Alweer: geen rationeel-cognitief traject. Maar een route van leren, ervaren en beleven. Dat leidt tot een innerlijke verschuiving van een technocratische instelling tot een adaptieve en op leren en groeien gerichte instelling. Dat zijn nodige leerdoelen voor je professionele ontwikkeling. Deze training opent je de ogen voor wie jij bent, voor hoe je collega is, voor hoe jij je afwegingen maakt en hoe jouw collega die maakt. Hoe je soms een Diogenes bent en soms een Antipater; en vooral ook waaróm dat het geval is. En dat allemaal zonder enig oordeel.

In deze training wordt gebruik gemaakt van veel inzichten uit de psychologie en de sociologie. Hoewel de insteek niet rationeel-cognitief is, ligt er een stevig fundament onder de training. Voor wie het wil weten: elementen uit de cognitieve psychologie, sociologie, NLP, geweldloos communiceren, systemisch werken, en meer. Daarmee ben je verzekerd van een stevige, gefundeerde training waar je veel zult leren.

In het nieuwe PE-tijdperk geeft deze training een hele goede en zinvolle invulling voor dat wat er rond jouw professionele ontwikkeling wordt gevraagd. Helder aantoonbaar is hoe je bezig bent om in de lijn van de belangrijke thema’s waar de CTA en MCA de vinger bijleggen, aan je persoonlijke en professionele ontwikkeling te werken. In het najaar 2021 zullen we de eerste mogelijkheid voor de meerdaagse training via open inschrijving aanbieden. We streven naar een beperkte groepsgrootte (maximaal 10 deelnemers). Het is natuurlijk ook mogelijk om deze masterclass in-house te organiseren. Die laatste optie biedt ook de mogelijkheid om aandacht te hebben voor groepsdynamische processen. Daarom heb ik onderstaand mijn contactgegevens opgenomen.

Drs. Ernest Ouwejan
Directeur soft skills V&A
ernest@vna-aa.nl
0650455362

[1] Taleb, N. N. (2018). Skin in the game (1ste editie). Nieuwezijds.

[2] Wallage, P. (2005). De actuele waarde van Limpergiaans vertrouwen. Maandblad Voor Accountancy en Bedrijfseconomie, 79(4), 122–123. https://doi.org/10.5117/mab.79.16305

(Visited 6 times, 1 visits today)